The Future is not what it used to be werd gemaakt terwijl de corona-epidemie rondwaarde. Plots lag de wereld stil en kregen we allerlei beperkingen opgelegd. In hoeverre had dit invloed op de ontwikkeling van de voorstelling? Hoe gingen choreograaf Pia Meuthen en de performers ermee om? Wat kon wel, wat niet? En hoe anders speel je voor maar een beperkt aantal toeschouwers?

Pia Meuthen: “Het eerste idee voor een voorstelling ontstaat bij mij meestal een jaar van tevoren, die tijd heb ik nodig. Ook om een praktische reden trouwens: dan moet de voorstelling al worden verkocht, voor het nieuwe seizoen. In de zomer van 2019 wist ik dat ik een voorstelling wilde maken over tijd en tijdsbeleving. Over hoe er naar tijd wordt gekeken, wat tijd betekent voor de mens. Over een toekomst die altijd onzeker zal zijn.”

Onderzoek

“Voor iedere voorstelling doe ik een artistiek vooronderzoek. Ik stel dan een verzameling samen van literaire bronnen die met de thematiek te maken hebben; wetenschappelijk, filosofisch, maar ook voorbeelden van regisseurs of beeldend kunstenaars die ermee werken. Voor The Future deed ik dat voor het eerst samen met theaterwetenschapper Guido Jansen; een heel fijn proces, omdat hij vanuit een ander kader en persoonlijke interesse kijkt en daardoor met nieuwe, andere inspiratiebronnen komt. Zo samenwerken gaan we vaker doen.

Vanuit het ‘onderzoeksarchief’ maak ik dan de parameters voor de voorstelling: wat hebben thematiek en vooronderzoek voor invloed op de bewegingstaal die ik straks centraal wil stellen? Wat betekent het voor het decor, voor de relaties of niet-relaties van de personages met elkaar, voor de muziek, voor de spanningsboog? Die gegevens vormen mijn uitgangspunt, het concept dat duidelijk maakt wat ik wil onderzoeken. Het zegt dus nog niets over hoe de voorstelling er straks uit gaat zien, maar vormt het kader dat ik m’n artistieke team meegeef en waarmee ik werk en kijk tijdens de repetities en improvisaties.

Voor The Future kwam ik tijdens het vooronderzoek een citaat tegen dat goed verwoordde waar ik heen wilde: Het slechte nieuws is: we zitten in een vrije val. Het goede nieuws is: er is geen grond. Dat besef vond ik mooi: die vrije val, de continue onzekerheid waarin je verkeert als je je moet verhouden tot veranderende omstandigheden. Ik vertaalde dat naar drijven en zweven, ergens aan hangen, meebewegen en bewogen worden – die eigenschappen wilde ik gebruiken in The Future.” 


In de studio

“Voordat we de studio in gaan, moet het decor af zijn: we improviseren in die ruimte. De performers gaan er dus altijd tamelijk onwetend in, ze moeten het decor neutraal kunnen verkennen en ik wil die eerste fysieke impulsen meemaken. Ons proces moet een openheid hebben naar het moment, en naar de mensen die meedoen. Die vrijheid moet er zijn, dat moet niet al vaststaan. Dat wilde ik dus ook met The Future.

In het voorjaar besprak ik met decorontwerper Sammy van den Heuvel de thematiek – ik wilde aanvankelijk een decor dat lijkt op een ruimte tijdens een explosie, waarbij objecten stilhangen in de lucht en de performers in de lucht zweven. Sammy kwam vervolgens met een eigen interpretatie waarvan hij tekeningen maakte en uiteindelijk een maquette. En toen sloeg corona toe… Het decor werd gebouwd in Antwerpen, maar België ging potdicht. Er ontstond vertraging, het decor kon niet naar hier komen, we konden het niet testen. Vlak voordat we begonnen met repeteren was nog maar een deel af.

En ook de repetities moesten we aanpassen. Door de lockdown konden niet alle buitenlandse performers voor de eerste bespreking naar Nederland komen, een aantal was er alleen online bij. En toen we eenmaal wel samen waren, moesten we rekening houden met de afstandsregels: we mochten elkaar niet aanraken. Heel vreemd, wij zijn juist gewend om heel fysiek met elkaar om te gaan en nu plaatsten we lijnen op de vloer: dit zijn jouw meters, je mag dit vak niet verlaten.”


Fysiek houvast

“Zo hebben we twee weken gewerkt, in de derde week hebben we die lijnen een beetje losgelaten maar elkaar nog steeds niet aangeraakt. Dat was wennen, ja. Wij zijn juist heel goed in het partnerwerk, dat is vertrouwd, onze comfortzone. Nu moesten we op zoek naar andere manieren, ontstond er een bijzondere bewustwording van die ander. Heel spannend. Weten dat je niet tegen die ander mag aanbotsen leidt tot een heel andere sensitiviteit in de omgang met de ruimte en elkaar. Het gaf ook veiligheid; we waren een van de eerste gezelschappen die weer begonnen te repeteren, er was nog een heleboel onduidelijk over het virus. Thuis zaten allemaal vrienden en familie die zich afvroegen: is het wel verantwoord? Door zo te werken, boden we ook hen zekerheid.

Of The Future door die coronabeperkingen een andere is geworden dan ik van plan was? Ja en nee. Het aanvankelijke idee van de ander als een anker, dat je binnen alle onzekerheid een zeker fysiek houvast aan elkaar kunt hebben – dat viel weg. Maar er kwam iets heel moois en interessants voor in de plaats: een soort van tragiek, elkaar niet mogen helpen en aanraken. Bijzonder was ook dat dit gemis mensen aanvankelijk niet opviel. Ik heb op gegeven moment repetitievideo’s rondgestuurd en achteraf gevraagd: heb je gezien dat ze elkaar niet aanraken? Niemand was het opgevallen. Dan is het goed, dan ligt het er niet bovenop.”


De première

“En toen was er de première, in de Verkadefabriek. Tot op het laatste moment bleef onduidelijk of en voor hoeveel mensen we mochten spelen. We waren dan ook heel blij dat het doorging, we hebben altijd gezegd: we maken het af. En ja, optreden voor maar tachtig man is natuurlijk niet hetzelfde als voor een volle zaal van driehonderd. De spanning is anders, het voelt raar. Maar het is ook mooi: je voelt een heel grote focus bij de bezoekers, de mensen die er zijn hebben daar echt voor gekozen, ze zijn enorm geconcentreerd.

Hoe nu verder? Het is telkens weer afwachten wat er deze maanden wel en niet kan. Het blijft spannend, iedereen beseft continu: het kan zomaar weer niet doorgaan. Een voorstelling wordt beter als je hem een paar keer achter elkaar kunt spelen, en in de wisselwerking met publiek gebeurt ook nog van alles – dat missen we nu. Maar we hebben gelukkig een registratie kunnen maken, dus we weten precies wat we gedaan hebben.

Als we dit seizoen niet meer kunnen spelen gaat The Future in de ijskast, schuiven we hem door naar volgend jaar. Ik geloof namelijk echt in de voorstelling, ben er heel blij mee. Om het resultaat. Maar ook om wat het ons aan nieuwe inzichten heeft gebracht; het was een interessant proces, met de beperkingen. Ondertussen kijk ik er trouwens wel erg naar uit om elkaar weer aan te mogen raken. Fysiek contact begin ik in deze periode steeds essentiëler te vinden, ook om te laten zien.”